In het kort
De Opmerkingen over Frazers Golden Bough zijn notities die Wittgenstein in 1931 schreef, met een tweede reeks van jaren later, tegen James Frazers idee dat magie en ritueel mislukte pogingen tot wetenschap zijn. Kort en scherp, zijn ze zijn meest directe tekst over ritueel, religie en de grenzen van verklaren.
Wat is het en hoe is het ontstaan?
The Golden Bough van James George Frazer, voor het eerst verschenen in 1890 en later uitgebreid tot twaalf delen, verzamelde rituelen en geloofsvoorstellingen uit de hele wereld. Frazer las ze als etappes in een vooruitgangsverhaal: magie is een primitieve, verkeerde wetenschap, die plaatsmaakt voor religie en ten slotte voor echte wetenschap. Het boek was enorm populair, en zijn beeld van het "primitieve" denken werd breed gedeeld.
Rond 1930 vertelde Wittgenstein aan zijn vriend Maurice Drury dat hij Frazer altijd al had willen lezen. Ze leenden het eerste deel in de bibliotheek van de Cambridge Union en lazen het samen hardop, al kwamen ze niet ver. In 1931 schreef Wittgenstein er een reeks opmerkingen over in zijn manuscriptschrift. Een tweede reeks, ruwe potloodnotities op losse blaadjes, ontstond jaren later, volgens Rush Rhees niet vóór 1936 en waarschijnlijk na 1948. Rhees publiceerde beide in 1967 in het tijdschrift Synthese. Engelse vertalingen volgden in 1979 en in Philosophical Occasions (1993). In 2018 verscheen bij HAU Books een Duits-Engelse editie, vertaald door Stephan Palmié en aangevuld met essays van antropologen, onder de titel The Mythology in Our Language. Die is gratis online te lezen.
Wat staat erin?
Wittgensteins bezwaar is eenvoudig en vernietigend. Frazer behandelt rituelen als meningen, als hypothesen over oorzaak en gevolg die toevallig onjuist zijn. Maar een ritueel is geen mislukte theorie. Dezelfde mens die, schijnbaar om zijn vijand te doden, een beeltenis van hem doorprikt, bouwt zijn hut van echt hout en snijdt vakkundig zijn pijlen, niet in effigie. Had hij werkelijk een verkeerd idee over oorzaken, dan zou dat ook in zijn praktische leven blijken. Dat doet het niet.
Denk aan wat we zelf doen. Iemand kust de foto van een geliefde. Niemand denkt dat die persoon gelooft dat de kus de afgebeelde bereikt. Iemand slaat uit woede met een stok op de grond. Zulke handelingen drukken iets uit, ze mikken op niets buiten zichzelf. Wittgenstein suggereert dat veel rituelen zo werken, en dat Frazer, die zo graag verklaart, dat niet ziet.
Welche Enge des seelischen Lebens bei Frazer!
Wat een bekrompen zielenleven heeft Frazer!
Bemerkungen über Frazers Golden Bough
Hij keert het verwijt van primitiviteit zelfs om: Frazer staat volgens hem verder af van het begrip van een geestelijke kwestie dan de meeste "wilden" die hij beschrijft. Tegenover Frazers historische hypothesen zet Wittgenstein een andere methode: de feiten zo ordenen dat we hun samenhang zien, een overzichtelijke voorstelling (übersichtliche Darstellung). Dat idee keert terug in de Filosofische onderzoekingen, §122. De latere notities voegen er een gedachte aan toe: wat ons aan een vuurfeest diep en onheilspellend lijkt, wordt niet verklaard door de oorsprong ervan, maar door iets in onszelf.
Hoe lees je het?
Dit is de kortste tekst in deze reeks en een van de leesbaarste. Je hebt hem op een avond uit. Lees er een hoofdstuk van Frazer naast, bijvoorbeeld het begin over de priester-koning van Nemi, zodat je ziet waarop Wittgenstein reageert. De vrij toegankelijke HAU-editie zet Duits en Engels naast elkaar en bevat essays uit de antropologie. Een gangbare Nederlandse vertaling is er niet. Onthoud dat dit werknotities zijn: soms abrupt, soms herhalend, nooit systematisch.
Waarom is het belangrijk?
Deze paar bladzijden hebben een lang nawerken gehad, vooral buiten de filosofie. In de antropologie en de godsdienstwetenschap leest men ze als kritiek op intellectualistische verklaringen van ritueel, en ze horen bij de achtergrond van de debatten van Peter Winch over het begrijpen van andere culturen. In Frankrijk schreef Jacques Bouveresse er een belangrijk essay over. Ze tonen ook heel concreet de verschuiving naar de latere Wittgenstein: praktijken en levensvormen in plaats van verborgen theorieën.
De lezing is niet onomstreden. Critici als Frank Cioffi vonden dat Wittgenstein Frazer onrecht deed en empirische en filosofische vragen door elkaar haalde. Anderen vinden dat hij het ritueel romantiseert en onderschat dat mensen vaak wel verwachten dat hun riten werken. Een recent artikel in de Nordic Wittgenstein Review toont dat het debat volop leeft.
Oordeel
Lees dit als religie, ritueel of antropologie je interesseren, of als je een kort en levendig voorbeeld wilt van hoe de latere Wittgenstein denkt. Het is een goede tweede of derde Wittgenstein. Verwacht geen theorie van de religie: je krijgt een reeks scherpe bezwaren en een andere manier van kijken.
Veelgestelde vragen
Wanneer schreef Wittgenstein zijn opmerkingen over Frazer?
De eerste reeks dateert van 1931. Een tweede reeks ruwe notities ontstond veel later, volgens Rush Rhees niet vóór 1936 en waarschijnlijk na 1948. Rhees publiceerde beide in 1967 in het tijdschrift Synthese.
Wat is Wittgensteins belangrijkste kritiek op Frazer?
Dat Frazer rituelen behandelt als foute wetenschappelijke theorieën. Volgens Wittgenstein zijn veel rituelen expressieve handelingen, eerder te vergelijken met het kussen van een foto dan met een mislukt experiment. Wie ze als vergissingen verklaart, mist wat ze betekenen voor wie ze uitvoert.
Waar kan ik de opmerkingen over Frazer lezen?
De toegankelijkste editie is The Mythology in Our Language (HAU Books, 2018), een Duits-Engelse tekst vertaald door Stephan Palmié en gratis online beschikbaar. De tekst staat ook in Philosophical Occasions (1993).
Bronnen
wittgenstein.be, “Opmerkingen over Frazers Golden Bough”, https://wittgenstein.be/nl/boeken/opmerkingen-over-frazer/ (2026-10-20)