Wittgenstein.be

Begrip · Filosofische onderzoekingen §66-67

Familiegelijkenis

Waarom noemen we schaken, voetbal en patience allemaal spelen, terwijl ze niets gemeen hebben? Wittgenstein: overlappende gelijkenissen, zoals in een familie.

5 min lezenBijgewerkt 2026-10-20

In het kort

Familiegelijkenis (Filosofische onderzoekingen §66-67) is Wittgensteins idee dat veel begrippen, zoals "spel", niet samengehouden worden door één gemeenschappelijk wezen, maar door een netwerk van overlappende gelijkenissen, zoals de vezels van een draad of de trekken van een familie.

Familiegelijkenis is de naam die Wittgenstein geeft aan de manier waarop veel van onze begrippen samenhangen. Wat we "spelen" noemen, heeft niet één kenmerk gemeen dat er een spel van maakt. Je ziet eerder een netwerk van gelijkenissen die elkaar overlappen, zoals de leden van een familie op elkaar lijken: de ene heeft de neus van zijn vader, de andere de gang van haar grootmoeder, een derde lacht zoals een oom. Toch is er geen enkel trekje dat ze allemaal delen.

Wittgenstein introduceert het idee in de Philosophische Untersuchungen (Filosofische onderzoekingen) §66-67. Het is een rechtstreekse aanval op een oude filosofische gewoonte: de veronderstelling dat er, als één woord op veel dingen van toepassing is, iets moet zijn wat al die dingen gemeen hebben, een wezen dat een goede definitie zou kunnen vastleggen.

Animatie · Familiegelijkenis

Wat de animatie toont

In de animatie hierboven zie je vijf spelen naast elkaar: schaken, voetbal, patience, een kringspel als "Zakdoekje leggen" en tennis. Elk spel heeft zijn eigen bundeltje kenmerken: winnen en verliezen, vaardigheid, geluk, competitie, een bal, een ploeg, plezier. Delen twee spelen een kenmerk, dan licht er een draad tussen hen op. Schaken en tennis vragen allebei vaardigheid en kennen een winnaar. Voetbal en tennis hebben allebei een bal. Patience draait om geluk, maar zonder tegenstander. Het kringspel is vooral plezier en weinig anders. Kijk goed naar de draden: veel ervan verbinden paren en kleine groepjes, maar geen enkele loopt door alle vijf de spelen.

Dat is precies wat Wittgenstein bedoelt. Het begrip "spel" houdt stand zonder gemeenschappelijke kern, zoals een touw stevig is zonder dat één vezel van begin tot einde doorloopt.

Niet denken, maar kijken

De bekende passage begint niet met een theorie, maar met een opdracht. Neem bordspelen, kaartspelen, balspelen, vechtspelen, zegt Wittgenstein, en vraag je af wat ze allemaal gemeen hebben. Zeg niet dat er iets gemeenschappelijks moet zijn, anders zouden ze niet allemaal "spelen" heten. Ga kijken.

Wie gesagt: denk nicht, sondern schau!

Zoals gezegd: denk niet, maar kijk!

Philosophische Untersuchungen §66

Wie echt kijkt, ziet gelijkenissen die opduiken en weer verdwijnen naarmate je van de ene groep spelen naar de andere gaat. Kaartspelen hebben veel gemeen met bordspelen, maar sommige trekken vallen weg. Balspelen behouden er een paar en verliezen andere. Een kind dat een bal tegen de muur gooit en weer opvangt, kent helemaal geen winnen of verliezen. Wittgensteins besluit: we zien een ingewikkeld netwerk van gelijkenissen die elkaar overlappen en kruisen.

Daarna volgt het beeld dat de animatie overneemt:

Und die Stärke des Fadens liegt nicht darin, daß irgend eine Faser durch seine ganze Länge läuft, sondern darin, daß viele Fasern einander übergreifen.

En de sterkte van de draad ligt niet daarin dat één vezel over de hele lengte doorloopt, maar daarin dat veel vezels elkaar overlappen.

Philosophische Untersuchungen §67

Waarom dit verder gaat dan spelletjes

Spelen zijn maar het voorbeeld. Wittgenstein past hetzelfde idee toe op getallen (§67), en de omliggende paragrafen passen het toe op de taal zelf: er is geen wezen van de taal, alleen veel taalspelen die op verschillende manieren met elkaar verwant zijn. Denk aan woorden als "werk", "kunst", "religie", "vriend" of "stoel". Probeer een definitie te schrijven die elk geval dekt en al de rest uitsluit, en je loopt bijna altijd vast. Dat betekent niet dat het woord gebrekkig is. Zo werkt het woord nu eenmaal.

Het was ook een breuk met zijn eigen vroegere denken. De Tractatus zocht naar de algemene vorm van de zin, één wezen achter alle zinvolle uitspraken. De latere Wittgenstein zag daarin wat hij in het Blue Book een "craving for generality" noemde, een hunkering naar het algemene.

Vage randen zijn geen gebrek

Een voor de hand liggende tegenwerping: als "spel" geen definitie heeft, is het begrip dan niet hopeloos vaag? Wittgenstein antwoordt dat een begrip met vage randen nog altijd een begrip is (§71). Als je iemand vraagt "ga ongeveer hier staan", werkt die vraag perfect zonder exacte grens. Voor een bijzonder doel kunnen we een scherpe lijn trekken, zoals een sportbond die beslist wat als officiële sport telt, maar die lijn voegen wij toe. Ze zit niet verstopt in het begrip, wachtend om ontdekt te worden.

Het idee betekent ook niet dat alles kan. We leren het woord "spel" via voorbeelden en door die uit te breiden: dit is een spel, en dit ook, en dingen zoals deze. Wie zijn belastingaangifte een spel noemt, wordt verbeterd, of krijgt de vraag wat hij daarmee bedoelt.

Hoe het idee gebruikt en bekritiseerd werd

Familiegelijkenis werd een van de meest geleende ideeën uit de twintigste-eeuwse filosofie. In de esthetica voedde het de opvatting dat "kunst" niet te definiëren is. In de psychologie vertrok Eleanor Rosch in de jaren 1970 bij haar onderzoek naar prototypes van Wittgensteins spelen: mensen ordenen dingen rond typische gevallen, niet volgens strikte definities (zie het artikel over begrippen in de Stanford Encyclopedia of Philosophy). Het woord zelf was overigens niet nieuw: Nietzsche sprak al over de familiegelijkenis tussen filosofieën.

Er is ook kritiek. Maurice Mandelbaum wierp in 1965 op dat Wittgenstein alleen naar zichtbare kenmerken keek; spelen zouden toch een verborgen, relationele eigenschap kunnen delen, bijvoorbeeld hoe ze zich verhouden tot wat spelers willen. Bernard Suits gaf in The Grasshopper (1978) toch een definitie van spelen: de vrijwillige poging om onnodige obstakels te overwinnen. Anderen merken op dat alles in een of ander opzicht op alles lijkt, zodat gelijkenis alleen niet kan verklaren waarom iets onder een begrip valt. Verdedigers antwoorden dat Wittgenstein geen nieuwe theorie van begrippen gaf, maar ons herinnerde aan hoe we woorden echt gebruiken (zie het artikel over Wittgenstein in de Stanford Encyclopedia). Of elk begrip een familiebegrip is, staat nog altijd ter discussie. Wittgenstein heeft dat zelf nooit beweerd.

Probeer het zelf

Kies een woord dat je dagelijks gebruikt en meent te begrijpen: "sport", "muziek", "een maaltijd". Schrijf vijf duidelijke voorbeelden op en zet hun kenmerken op een rij, zoals de animatie doet. Ga dan na of er één kenmerk door alle voorbeelden loopt. De meeste mensen vinden overlappende draden, geen enkele rode draad. Dat kleine experiment is de hele methode in het klein: kijk, denk niet.

De Duitse tekst van §66-67 kun je lezen in de vrij beschikbare editie van het Ludwig Wittgenstein Project.

Veelgestelde vragen

Wat is een voorbeeld van familiegelijkenis?

Wittgensteins eigen voorbeeld zijn spelen. Schaken, voetbal, patience en kringspelen zijn allemaal spelen, maar geen enkel kenmerk (winnen, vaardigheid, geluk, een bal, een ploeg) is bij allemaal aanwezig. Elk spel deelt sommige kenmerken met sommige andere.

Waar schrijft Wittgenstein over familiegelijkenis?

Vooral in de Philosophische Untersuchungen §65-71, met de kernpassages in §66 en §67. Het idee duikt al op in het Blue Book en het Brown Book, die hij in 1933-1935 in Cambridge dicteerde.

Betekent familiegelijkenis dat woorden geen vaste betekenis hebben?

Nee. Het betekent dat de betekenis van veel woorden niet vastligt in een definitie met noodzakelijke en voldoende voorwaarden. We leren ze via voorbeelden en weten hoe we ze kunnen uitbreiden, en dat volstaat om ze correct te gebruiken.

Is familiegelijkenis hetzelfde als de prototypetheorie?

Niet helemaal. De prototypetheorie van Eleanor Rosch uit de jaren 1970 is door Wittgenstein geïnspireerd, maar het is een empirische theorie over hoe mensen categoriseren. Wittgenstein beschreef hoe we begrippen gebruiken, hij stelde geen mentaal mechanisme voor.

Bronnen

  1. Stanford Encyclopedia of Philosophy · Ludwig Wittgenstein
  2. Stanford Encyclopedia of Philosophy · Concepts
  3. Ludwig Wittgenstein Project · Philosophische Untersuchungen (Duitse tekst)
Deze pagina citeren
wittgenstein.be, “Familiegelijkenis”, https://wittgenstein.be/nl/begrippen/familiegelijkenis/ (2026-10-20)

Gerelateerd