Wittgenstein.be

Biografie · 1889-1951

Het leven van Ludwig Wittgenstein

Van een Weens paleis naar een hut in Noorwegen, een dorpsklas en een leerstoel in Cambridge: het leven van de filosoof die alles weggaf en bleef denken.

In het kort

Ludwig Wittgenstein (Wenen 1889, Cambridge 1951) was de zoon van een staalmagnaat. Hij studeerde voor ingenieur, werkte met Russell in Cambridge, schreef de Tractatus als soldaat, gaf zijn fortuin weg, was onderwijzer in Oostenrijkse dorpen, ontwierp een huis voor zijn zus en keerde in 1929 terug naar Cambridge, waar hij in 1939 hoogleraar werd en de Filosofische onderzoekingen schreef.

Ludwig Wittgenstein werd op 26 april 1889 in Wenen geboren en stierf op 29 april 1951 in Cambridge. In die 62 jaar gaf hij een van de grootste fortuinen van Europa weg, schreef hij twee boeken die de filosofie in tegengestelde richtingen duwden, gaf hij les aan kinderen in bergdorpen, ontwierp hij een huis, droeg hij medicijnen rond in een Londens ziekenhuis en bracht hij lange maanden alleen door in Noorwegen en aan de westkust van Ierland. Zijn leven wordt vaak als een legende verteld. De feiten zijn vreemd genoeg zonder versiering.

Jeugd in Wenen en de familie

Ludwig was de jongste van acht kinderen. Zijn vader, Karl Wittgenstein, had een staalimperium opgebouwd en behoorde tot de rijkste mannen van de Habsburgse monarchie. Zijn moeder, Leopoldine Kalmus, was een begaafde pianiste. Het gezin woonde in het Palais Wittgenstein in de Alleegasse, waar Johannes Brahms over de vloer kwam en muziek bijna even ernstig werd genomen als geld.

De kinderen kregen thuis les, en de druk op de zonen was enorm. Drie van de vijf broers maakten een einde aan hun leven. Hans, het muzikale wonderkind, verdween in 1902 van een boot in de Chesapeake Bay. Rudolf vergiftigde zich in 1904 in een café in Berlijn. Kurt schoot zich dood in de laatste dagen van de Eerste Wereldoorlog. Paul werd concertpianist, verloor in de eerste maanden van die oorlog zijn rechterarm en bouwde zijn carrière opnieuw op met werken die hij voor de linkerhand bestelde, waaronder het Pianoconcerto voor de linkerhand van Ravel.

Ludwig, het praktische kind dat van machines hield, ging op zijn veertiende naar een Realschule in Linz (1903-1906), dezelfde school die de jonge Adolf Hitler tot 1904 bezocht, zodat ze er in het schooljaar 1903-1904 samen zaten. Er is geen betrouwbaar bewijs dat de twee jongens elkaar kenden.

Ingenieur in Berlijn en Manchester

Vanaf 1906 studeerde hij werktuigbouwkunde aan de Technische Hochschule in Berlijn-Charlottenburg. In 1908 trok hij naar Manchester als onderzoeksstudent in de luchtvaartkunde. Na proeven met vliegers bij Glossop ontwierp hij een propeller met kleine straalmotoren aan de uiteinden van de bladen, waarop hij in 1911 een octrooi kreeg.

De techniek bracht hem bij de wiskunde, en de wiskunde bij haar grondslagen. Hij las The Principles of Mathematics van Bertrand Russell en het werk van Gottlob Frege. In de zomer van 1911 zocht hij Frege op in Jena, en die raadde hem aan om bij Russell in Cambridge te gaan studeren.

Cambridge en Russell, 1911-1913

In oktober 1911 stond hij onaangekondigd in de kamers van Russell in Trinity College. Russell vertelde later hoe die intense jonge Oostenrijker hem vroeg of hij een volslagen idioot was: zo ja, dan zou hij luchtvaarder worden, zo nee, filosoof. Russell liet hem iets schrijven, las de eerste zin en raadde hem de luchtvaart af.

Binnen het jaar was de student een collega geworden. Russell schreef dat hij van Wittgenstein de volgende grote stap in de filosofie verwachtte. Wittgenstein discussieerde met G.E. Moore en John Maynard Keynes en raakte goed bevriend met de jonge wiskundige David Pinsent. In januari 1913 stierf zijn vader.

Noorwegen

In oktober 1913 trok hij zich terug in Skjolden, een dorp aan het einde van de Sognefjord, om ongestoord aan logica te werken. Op een helling boven een meer bij het dorp liet hij een klein houten huis bouwen, waar hij later vaak zou terugkeren. Met zijn erfenis deed hij ook een anonieme schenking van 100.000 kronen via Ludwig von Ficker, redacteur van het tijdschrift Der Brenner, te verdelen onder Oostenrijkse schrijvers en kunstenaars in nood. Rainer Maria Rilke en Georg Trakl waren twee van hen.

De oorlog en de Tractatus

Toen in augustus 1914 de oorlog uitbrak, meldde hij zich als vrijwilliger bij het Oostenrijks-Hongaarse leger, hoewel een liesbreuk hem had kunnen vrijstellen. Hij diende op een patrouilleboot op de Wisła, en in een boekhandel in Galicië kocht hij De evangeliën in het kort van Tolstoj, dat hij overal bij zich droeg. In 1916 vroeg hij om de gevaarlijkste posten aan het Russische front en werd hij onderscheiden voor moed. Tijdens zijn officiersopleiding in Olmütz raakte hij bevriend met de architect Paul Engelmann.

David Pinsent kwam in mei 1918 om bij een vliegtuigongeval. Die zomer, tijdens een verlof, voltooide Wittgenstein het boek dat hij aan hem zou opdragen. In november 1918 werd hij door het Italiaanse leger gevangengenomen. Hij bracht negen maanden door in krijgsgevangenkampen, het laatste bij Monte Cassino, en stuurde van daaruit het manuscript naar Russell. Na verschillende weigeringen verscheen het in 1921 in het Duits en in 1922 in Londen als tweetalige uitgave, de Tractatus logico-philosophicus. Het boek eindigt met één zin.

Wovon man nicht sprechen kann, darüber muß man schweigen.

Waarover je niet kunt spreken, daarover moet je zwijgen.

Tractatus 7

Het fortuin weggeven

Terug in Wenen, in augustus 1919, deed hij iets wat zijn familie moeilijk kon begrijpen. Binnen enkele weken schonk hij zijn volledige deel van het familiefortuin aan zijn broer Paul en zijn zussen Hermine en Helene, en hij stond erop dat de overdracht juridisch definitief was, zodat er nooit iets naar hem kon terugvloeien. Vanaf dan leefde hij van heel weinig.

Onderwijzer in Neder-Oostenrijk, 1920-1926

Na een jaar aan een normaalschool in Wenen gaf hij les in lagere scholen in de dorpen van Neder-Oostenrijk: Trattenbach (1920-1922), heel even Hassbach, daarna Puchberg am Schneeberg (1922-1924), waar de jonge Frank Ramsey hem kwam opzoeken om de Tractatus regel voor regel door te nemen, en ten slotte Otterthal (1924-1926). Hij was een vindingrijke en veeleisende onderwijzer. Hij nam zijn leerlingen mee naar Wenen, leerde hun algebra ver boven het leerplan en stelde een spellingwoordenboek voor de lagere school samen, dat in 1926 verscheen.

Hij was ook opvliegend, en hij sloeg kinderen. In april 1926 sloeg hij de elfjarige Josef Haidbauer op het hoofd en de jongen zakte in elkaar. Wittgenstein droeg hem naar het bureau van het schoolhoofd en verliet het dorp. Op 28 april 1926 nam hij ontslag. Er volgde een gerechtelijke procedure waarvan de afloop niet volledig gedocumenteerd is. Het voorval liet hem niet los: in 1937 ging hij terug naar de dorpen om de kinderen die hij pijn had gedaan persoonlijk om vergiffenis te vragen.

Het huis in Wenen

Zijn zus Margarethe Stonborough-Wittgenstein had Paul Engelmann gevraagd een stadswoning te ontwerpen in de Kundmanngasse. Vanaf 1926 werkte Wittgenstein mee, en geleidelijk nam hij het project over, tot de deurklinken, de radiatoren en de precieze hoogte van de kamers toe. Eind 1928 was het huis klaar. Zijn zus Hermine noemde het logica die huis geworden was (hausgewordene Logik). Het staat er nog, en sinds 1975 is er de culturele dienst van de Bulgaarse ambassade gevestigd. Het Architekturzentrum Wien heeft de geschiedenis ervan gedocumenteerd.

In dezelfde jaren betrok Moritz Schlick hem bij gesprekken met leden van de Wiener Kreis, aan wie hij soms gedichten van Rabindranath Tagore voorlas in plaats van over logica te praten.

Terug naar Cambridge, 1929

In januari 1929 keerde hij terug naar Cambridge. Keynes schreef aan zijn vrouw: "Well, God has arrived. I met him on the 5.15 train." Omdat Wittgenstein geen diploma had, diende hij de Tractatus in als doctoraatsthesis. Russell en Moore ondervroegen hem in juni 1929. Op het einde klopte Wittgenstein hen op de schouder en zei dat ze zich geen zorgen moesten maken: hij wist dat ze het nooit zouden begrijpen. Moore schreef in zijn verslag dat hij de thesis als een geniaal werk beschouwde.

In 1930 kende Trinity hem een onderzoeksbeurs toe als fellow. Hij doceerde zonder notities en dacht hardop voor studenten in ligstoelen. Zijn denken veranderde grondig. Hij dicteerde het Blue Book (1933-1934) en het Brown Book (1934-1935), bezocht in 1935 de Sovjet-Unie met het idee zich daar te vestigen, en begon in 1936, in zijn huis in Noorwegen, aan het werk dat de Filosofische onderzoekingen zou worden.

Hoogleraar in Cambridge, 1939

Na de annexatie van Oostenrijk in maart 1938 werd Wittgenstein van de ene dag op de andere Duits staatsburger, en volgens de rassenwetten van Neurenberg gold zijn familie als joods. Hij vroeg de Britse nationaliteit aan en hielp onderhandelen over bescherming voor zijn zussen in Wenen. In februari 1939 werd hij verkozen als opvolger van Moore als hoogleraar filosofie, zoals het archief van Trinity College vermeldt, en die lente werd hij Brits staatsburger.

Oorlogswerk in Guy's Hospital en Newcastle

Hij vond het ondraaglijk om filosofie te doceren terwijl anderen vochten. In 1941 werd hij portier in Guy's Hospital in Londen, waar hij medicijnen van de apotheek naar de afdelingen bracht. In 1943 volgde hij een medisch onderzoeksteam dat traumatische shock bij gewonden bestudeerde naar de Royal Victoria Infirmary in Newcastle, waar hij als laborant werkte. In 1944 keerde hij terug naar het onderwijs in Cambridge.

Ierland

Het academische leven stond hem steeds meer tegen, en in 1947 nam hij ontslag als hoogleraar. Hij vertrok naar Ierland: eerst naar een boerderij in het graafschap Wicklow, daarna naar een cottage in Rosro aan de Killary Harbour in Connemara, en ten slotte naar Ross's Hotel in Dublin, dicht bij zijn vriend Maurice Drury. Daar schreef hij veel van het materiaal over de filosofie van de psychologie dat na zijn dood werd uitgegeven.

Laatste jaren en dood

In 1949 bezocht hij zijn vroegere student Norman Malcolm in Ithaca, in de staat New York. Terug in Engeland kreeg hij eind dat jaar de diagnose prostaatkanker. Zijn laatste maanden bracht hij door bij naasten: in Wenen bij zijn stervende zus Hermine, in Oxford bij Elizabeth Anscombe, in Cambridge bij Georg Henrik von Wright. In februari 1951 trok hij in bij zijn arts, Edward Bevan, en tot twee dagen voor zijn dood bleef hij schrijven aan de aantekeningen die later verschenen als Over zekerheid. Op de avond van 28 april zei hij, al zeer ziek, tegen Joan Bevan:

Tell them I've had a wonderful life.

Zeg hun dat ik een prachtig leven heb gehad.

Norman Malcolm, Ludwig Wittgenstein: A Memoir (1958)

Hij stierf op 29 april 1951 en werd begraven op de Ascension Parish Burial Ground in Cambridge. De Filosofische onderzoekingen verschenen twee jaar later, in 1953. De Stanford Encyclopedia of Philosophy en het artikel van Ray Monk in Britannica geven een sobere schets. Monks biografie Ludwig Wittgenstein: The Duty of Genius (1990) blijft het standaardwerk.

1889 · 1951

Tijdlijn

  1. 1889
    Geboren in Wenen op 26 april, jongste van de acht kinderen van Karl Wittgenstein.
  2. 1906
    Studeert werktuigbouwkunde in Berlijn-Charlottenburg.
  3. 1908
    Trekt naar Manchester voor onderzoek naar luchtvaart, vliegers en propellers.
  4. 1911
    Bezoekt Frege in Jena en komt daarna naar Cambridge om bij Russell te werken.
  5. 1913
    Zijn vader sterft; hij trekt zich terug in Skjolden, Noorwegen, voor de logica.
  6. 1914
    Meldt zich als vrijwilliger bij het Oostenrijks-Hongaarse leger.
  7. 1918
    Voltooit de Tractatus; in november krijgsgevangen genomen in Italië.
  8. 1919
    Schenkt zijn hele fortuin aan broer en zussen en wordt onderwijzer in opleiding.
  9. 1920
    Begint les te geven in de dorpsschool van Trattenbach.
  10. 1921
    De Tractatus verschijnt in het Duits; de Engelse uitgave volgt in 1922.
  11. 1926
    Stopt met lesgeven na het Haidbauer-incident; werkt aan het huis in de Kundmanngasse.
  12. 1929
    Keert terug naar Cambridge en behaalt een doctoraat met de Tractatus.
  13. 1936
    Begint in zijn huis in Noorwegen aan de Filosofische onderzoekingen.
  14. 1939
    Volgt G.E. Moore op als hoogleraar filosofie; wordt Brits staatsburger.
  15. 1941
    Portier in Guy's Hospital, later laborant in Newcastle.
  16. 1947
    Neemt ontslag als hoogleraar en trekt naar Ierland om te schrijven.
  17. 1949
    Bezoekt Norman Malcolm in Ithaca; krijgt de diagnose prostaatkanker.
  18. 1951
    Sterft in Cambridge op 29 april, twee dagen na zijn laatste aantekeningen.
  19. 1953
    De Filosofische onderzoekingen verschijnen postuum.

Veelgestelde vragen

Was Wittgenstein echt rijk?

Ja. Zijn vader Karl Wittgenstein was een van de rijkste industriëlen van Oostenrijk-Hongarije, en Ludwig erfde in 1913 een groot fortuin. In 1919 schonk hij zijn volledige deel aan zijn broer Paul en zijn zussen Hermine en Helene. De rest van zijn leven leefde hij heel sober.

Waarom werd Wittgenstein onderwijzer?

Na de oorlog meende hij dat de Tractatus de grote problemen van de filosofie had opgelost, en hij wilde eenvoudig en nuttig werk. Van 1920 tot 1926 gaf hij les in dorpsscholen in Neder-Oostenrijk. Hij was toegewijd maar hard, en hij stopte in april 1926 nadat hij een leerling, Josef Haidbauer, had geslagen en de jongen in elkaar was gezakt.

Zat Wittgenstein op school met Hitler?

Ze zaten één schooljaar, 1903-1904, op dezelfde Realschule in Linz en werden met amper zes dagen verschil geboren. Hitler zat wel in een lagere klas, en er is geen betrouwbaar bewijs dat ze elkaar kenden.

Wat waren de laatste woorden van Wittgenstein?

Volgens Norman Malcolm zei hij op de avond voor zijn dood tegen Joan Bevan, de vrouw van zijn arts: "Tell them I've had a wonderful life" (zeg hun dat ik een prachtig leven heb gehad). Hij stierf op 29 april 1951 in Cambridge en ligt daar begraven op de Ascension Parish Burial Ground.

Bronnen

  1. Stanford Encyclopedia of Philosophy · Ludwig Wittgenstein
  2. Internet Encyclopedia of Philosophy · Ludwig Wittgenstein
  3. Encyclopaedia Britannica · Ludwig Wittgenstein (Ray Monk)
  4. Archief van Trinity College Cambridge · Ludwig Wittgenstein
  5. Architekturzentrum Wien · Het Wittgensteinhuis
  6. Wittgenstein Initiative, Wenen