In het kort
De Notebooks 1914-1916 zijn Wittgensteins filosofische oorlogsdagboeken, in 1961 uitgegeven door von Wright en Anscombe. Je ziet er de Tractatus ontstaan, van de beeldtheorie tot de late notities over ethiek en God. Lees ze na de Tractatus, niet ervoor.
De Notebooks 1914-1916 (in het Duits Tagebücher 1914-1916) zijn de filosofische dagboeken die Wittgenstein als soldaat in de Eerste Wereldoorlog bijhield, terwijl hij de ideeën van de Tractatus uitwerkte. Het is geen afgewerkt boek maar een werkplaats: gedateerde notities, valse starts, vragen waar hij nog geen antwoord op had, en de eerste versie van bijna elke bekende gedachte uit zijn vroege filosofie.
Wat de Notebooks zijn en hoe ze ontstonden
In augustus 1914 meldde Wittgenstein zich als vrijwilliger bij het Oostenrijks-Hongaarse leger. Hij diende op een patrouilleboot op de Weichsel, in een artilleriewerkplaats en later aan het Russische front. Al die tijd bleef hij schrijven. Op de rechterbladzijden van zijn schriften stond filosofie. Op de linkerbladzijden schreef hij in een eenvoudige geheimschrift over zichzelf: angst, gebed, afkeer van zijn kameraden, het verlangen een beter mens te worden.
Drie van die schriften zijn bewaard, van augustus 1914 tot januari 1917. Ze dragen de nummers MS 101 tot MS 103 in de Bergense editie van zijn nalatenschap, die je kunt raadplegen via Wittgenstein Source. De meeste andere vroege schriften werden op zijn aanwijzing vernietigd. Na zijn dood gaven G.H. von Wright en G.E.M. Anscombe de filosofische notities uit. De Duitse tekst verscheen in 1960, de tweetalige editie met de Engelse vertaling van Anscombe in 1961 (Blackwell, tweede druk 1979). Achteraan staan drie bijlagen: de Notes on Logic van 1913, de aantekeningen die hij in 1914 in Noorwegen aan G.E. Moore dicteerde, en fragmenten uit zijn brieven aan Russell.
Wat er in de Notebooks staat
De eerste notities gaan over logica. Al in de allereerste filosofische aantekening staat een zin die later in de Tractatus terugkomt: de logica moet voor zichzelf zorgen. Wittgenstein wil weten hoe een zin überhaupt over de wereld kan gaan, en wat er dan waar moet zijn van taal en werkelijkheid.
Eind september 1914 vond hij zijn antwoord in een krantenbericht. Een Parijse rechtbank had een verkeersongeval nagespeeld met speelgoedautootjes en poppen. Een zin, zag hij, werkt net zo: de onderdelen staan voor dingen, en de manier waarop ze geschikt zijn toont hoe de dingen zich zouden verhouden. Dat is de kiem van de beeldtheorie van de betekenis.
Anderhalf jaar lang cirkelen de schriften rond de problemen die die theorie oproept. Bestaan er enkelvoudige objecten? Moet de analyse ergens ophouden? Hoe werken ontkenning en algemeenheid?
In de zomer van 1916 verandert de toon. Wittgenstein zat toen aan het front tijdens het Broesilov-offensief, onder zwaar vuur. Zijn notities gaan nu over God, de wil, geluk, de dood en de zin van het leven.
Was weiß ich über Gott und den Zweck des Lebens? Ich weiß, daß diese Welt ist.
Wat weet ik over God en het doel van het leven? Ik weet dat deze wereld er is.
Notebooks 1914-1916, 11.6.16
Die bladzijden verklaren wat de Tractatus aan het slot in enkele dichte zinnen alleen beweert: dat ethiek, het ik en het mystieke aan de grens van de wereld liggen, waar taal niet meer kan beschrijven maar alleen nog tonen.
Hoe lees je de Notebooks
Begin er niet mee. De Notebooks krijgen pas betekenis als je de Tractatus kent: dan herken je opmerkingen die later in het boek belandden, soms letterlijk, en zie je de redeneringen die de Tractatus weglaat. De logische notities zijn pittig en veronderstellen enige kennis van Frege en Russell. De notities vanaf juni 1916 zijn veel toegankelijker en vormen het beste vertrekpunt als ethiek of religie je interesseert.
De standaardeditie is de Duits-Engelse uitgave van von Wright en Anscombe. Wie Frans leest, heeft de Carnets 1914-1916 (Gallimard, 1971). De gecodeerde persoonlijke notities verschenen apart: in het Duits als Geheime Tagebücher (1991), in het Engels als Private Notebooks 1914-1916, vertaald door Marjorie Perloff (2022).
Waarom de Notebooks ertoe doen
Voor onderzoekers zijn de Notebooks de belangrijkste bron om te begrijpen wat de Tractatus bedoelt. Waar een opmerking in het afgewerkte boek onmogelijk beknopt lijkt, tonen de schriften vaak welk probleem ze moest oplossen. Ze spelen ook mee in het debat tussen de traditionele en de resolute lezing van de Tractatus, omdat beide kampen verwijzen naar de weg die Wittgenstein naar de tekst aflegde, zoals de Stanford Encyclopedia of Philosophy uitlegt.
Voor alle anderen bieden ze iets zeldzamers: een groot filosoof die hardop denkt, met de datum erbij.
Oordeel
Lees dit als je de Tractatus gelezen hebt en wilt weten waar hij vandaan komt, of als de slotbladzijden over ethiek en de zin van het leven je raakten en je meer wilt. Sla het over als eerste kennismaking: zonder het afgewerkte boek ernaast voelt veel van de logica als het halve gesprek dat je aan de tafel naast je opvangt.
Veelgestelde vragen
Zijn de Notebooks 1914-1916 hetzelfde als de geheime dagboeken?
Nee. De uitgegeven Notebooks bevatten alleen de filosofische notities. De persoonlijke notities, in geheimschrift op de tegenoverliggende bladzijden, verschenen apart als Geheime Tagebücher (1991) en in het Engels als Private Notebooks 1914-1916 (2022).
Lees ik de Notebooks best voor de Tractatus?
Meestal niet. Ze zijn het makkelijkst te volgen als je het afgewerkte boek kent, omdat je dan ziet welke notities Tractatus-opmerkingen werden en waarom. De notities over ethiek uit 1916 zijn de uitzondering: die lees je ook los.
Waar duikt de beeldtheorie voor het eerst op?
In een notitie van eind september 1914, waarin Wittgenstein een zin vergelijkt met het model van een verkeersongeval dat een Parijse rechtbank met speelgoedautootjes en poppen had nagebouwd.
Bronnen
wittgenstein.be, “Notebooks 1914-1916”, https://wittgenstein.be/nl/boeken/notebooks-1914-1916/ (2026-10-20)